SkyFlux

NGC 1827: Hubble-opname van een spiraalstelsel van opzij, in de Duif

Gepubliceerd op · Bijgewerkt op

Een langgerekt, bleek sterrenstelsel loopt als een streep schuin over een zwarte achtergrond, van linksonder naar rechtsboven, met daarin roodbruin stof en blauwe knopen; links van het centrum van het stelsel staat een heldere ster met vier stralen.
NGC 1827, gefotografeerd door de ruimtetelescoop Hubble. De schijf staat ongeveer 85 graden gekanteld ten opzichte van de stand waarin we er recht bovenop zouden kijken, zodat we hem bijna van opzij zien. Langs het midden lopen roodbruin stof en blauwe klonten jonge sterren. De heldere ster met vier stralen staat in ons eigen Melkwegstelsel, ver vóór NGC 1827; de kleine vlekjes op de achtergrond zijn verder weg gelegen sterrenstelsels.NASA, ESA, Michael Jones (California Institute of Technology); Image Processing: Gladys Kober (NASA/Catholic University of America) (verkleind)

Een nieuwe opname van Hubble toont NGC 1827, een spiraalstelsel dat we bijna precies van opzij zien, in het zuidelijke sterrenbeeld Duif (Columba). Vanuit deze hoek blijven de spiraalarmen verborgen, maar de opname laat zien wat een beeld recht van bovenaf niet kan tonen: hoe dik de schijf is en waar het stof zit.

Een spiraalstelsel van opzij gezien

NGC 1827 staat op ongeveer 37 miljoen lichtjaar afstand. Catalogi rekenen het stelsel tot de balkspiraalstelsels van het late type (type Sc), met een kleine centrale verdikking en losjes gewonden armen. De schijf staat ongeveer 85 graden gekanteld ten opzichte van de stand waarin we er recht bovenop zouden kijken, zodat het stelsel ongeveer vijf keer zo lang lijkt als het breed is. Het beslaat iets meer dan drie boogminuten aan de hemel; op die afstand is dat ruwweg 35.000 lichtjaar.

Van opzij zie je het profiel van de schijf: een bleke band van sterrenlicht rond een helderdere centrale verdikking, met langs het midden een rafelige lijn van roodbruin stof en blauwe klonten. Volgens NASA zijn die blauwe klonten waarschijnlijk plekken waar nieuwe sterren ontstaan. Jonge, hete sterren stralen blauw, terwijl stof het licht van wat erachter ligt gedeeltelijk tegenhoudt en roder maakt.

Wist je dat?De vier stralen rond de heldere voorgrondster zijn een optisch effect: het sterrenlicht buigt af langs de steunen van de secundaire spiegel van Hubble. Daardoor krijgt elke heldere ster op Hubble-opnamen hetzelfde kruis.

Waarom astronomen sterrenstelsels van opzij bestuderen

Recht van bovenaf zie je het spiraalpatroon; van opzij zie je de derde dimensie: hoe ver de sterren boven en onder het middenvlak van de schijf reiken. Uit een onderzoek naar 34 sterrenstelsels die we van opzij zien, bleek dat hun licht het best te verklaren is met twee componenten: een dunne schijf en een dikke schijf die ongeveer twee keer zo dik is. In stelsels die langzamer roteren dan ongeveer 120 km/s levert de dikke schijf bijna de helft van het licht en het grootste deel van de massa in sterren. Dat wijst erop dat de meeste sterren in die stelsels oud zijn, ook als de stelsels er blauw uitzien.

Ook stof zie je het best van opzij, als silhouet tegen het sterrenlicht erachter. Een onderzoek naar schijfstelsels die we van opzij zien, wees uit dat scherpe, smalle stofbanden veel voorkomen in stelsels die sneller roteren dan ongeveer 120 km/s, en in langzamere stelsels grotendeels ontbreken. In die langzamere stelsels vormen het koude gas en het stof een dikkere, turbulentere laag. Het gas in NGC 1827 roteert met ongeveer 77 km/s, en het stof vormt hier een vlekkerig, onderbroken patroon in plaats van één messcherpe band – wat bij die trend past.

In een schijf die we van opzij zien, beweegt het gas aan de ene kant vrijwel recht naar ons toe en aan de andere kant van ons af. Gemeten rotatiesnelheden hoeven daardoor nauwelijks voor de kanteling te worden gecorrigeerd: bij NGC 1827 gaat de snelheid door de correctie van 76,9 km/s naar slechts 77,2 km/s.

Deel van een telling van kleine sterrenstelsels

De opname komt uit Hubble-programma 18061, de Hubble Census of Nearby Satellites, onder leiding van Michael Jones (Caltech). Het programma wil elk satellietstelsel boven een vastgestelde helderheidsgrens tellen rond 22 moederstelsels die op de Melkweg lijken en op minder dan ongeveer 32 miljoen lichtjaar afstand staan: in totaal 260 satellieten. Van 111 daarvan bestonden al Hubble-opnamen; voor elk van de overige 149 is één omloop van Hubble aan waarneemtijd ingepland. NGC 1827 staat op de lijst met doelen van het programma. Catalogi plaatsen het stelsel in de NGC 1808-groep; met afstandsschattingen van 36 tot 37 miljoen lichtjaar ligt het net buiten de nominale grens van het onderzoek.

Kleine sterrenstelsels zijn een toets voor modellen die beschrijven hoe materie samenklontert, en juist op kleine schaal schieten die modellen vaak tekort. Tot voor kort was de enige volledige steekproef die van de satellieten van ons eigen Melkwegstelsel en zijn buren. Voor NGC 1827 gebruikte Hubble de Wide Field Camera 3 met twee filters: F606W (een brede band in zichtbaar licht, met het midden bij ongeveer 589 nm) en F814W (nabij-infrarood, met het midden bij ongeveer 804 nm). Hubble onderscheidt afzonderlijke sterren, en met twee kleuren is de top van de rode reuzentak te vinden: de vrijwel vaste maximale helderheid die rode reuzen in een oude sterpopulatie bereiken. Daaruit volgt de afstand.

Kun je NGC 1827 zien?

NGC 1827 staat in de Duif, op rechte klimming 5h 10m en declinatie −37°. Ten noorden van ongeveer 53° noorderbreedte komt het stelsel nooit boven de horizon. Vanuit Amsterdam (52,4° NB) komt het niet hoger dan ongeveer 0,6° boven de zuidelijke horizon: het scheert er vrijwel langs en staat veel te laag om waar te nemen. Op het zuidelijk halfrond staat het stelsel gunstig: in december staat het midden in de nacht het hoogst, in januari en februari aan de avondhemel.

Catalogi geven een totale magnitude van ongeveer 13; dat licht is verdeeld over een streep van zo’n drie boogminuten lang. Zelfs in een telescoop onder een donkere hemel is het stelsel daardoor een zwak schijnsel. Het stof en de blauwe stervormingsgebieden komen alleen op foto’s met een lange belichtingstijd tevoorschijn.

Bronnen en licenties

  • NASA Science, NASA's Hubble Spies Spiral's Edge (16 oktober 2026) — Opname en bronvermelding, afstand ongeveer 37 miljoen lichtjaar, Duif (Columba), intermediair spiraalstelsel van opzij, telling van 260 satellieten rond 22 op de Melkweg lijkende moederstelsels binnen ongeveer 32 miljoen lichtjaar (111 al waargenomen, 149 omlopen), blauwe stervormingsgebieden, voorgrondster en diffractiepieken door de steunen van de secundaire spiegel, doel van onderzoek naar sterrenstelsels met een lage massa; noemt de Advanced Camera for Surveys, terwijl het waarneemplan van het programma en het MAST-archief voor NGC 1827 alleen Wide Field Camera 3 vermelden (zie hieronder). https://science.nasa.gov/missions/hubble/nasas-hubble-spies-spirals-edge/
  • NASA, richtlijnen voor het gebruik van beeld en media (Images and Media Usage Guidelines) — Materiaal van NASA valt in de Verenigde Staten in het algemeen niet onder het auteursrecht; NASA moet als bron worden vermeld; geen gesuggereerde steun van NASA. https://www.nasa.gov/nasa-brand-center/images-and-media/
  • STScI, Phase II-bestand van HST-programma 18061 (versie 27, 8 oktober 2026) — Titel Hubble Census of Nearby Satellites, hoofdonderzoeker Michael Gordon Jones (Caltech), Cycle 33; samenvatting (260 satellieten, 22 moederstelsels, 10 Mpc, 149 omlopen, 111 bestaande doelen, spanning met kosmologische modellen op kleine schaal); NGC 1827 opgenomen met WFC3/UVIS in F606W en F814W; afstanden via de top van de rode reuzentak; andere doelen waargenomen met ACS/WFC. https://www.stsci.edu/hst/phase2-public/18061.pro
  • MAST-archief, HST-waarnemingen bij NGC 1827 — WFC3/UVIS F606W (794 s) en F814W (1262 s), programma 18061, begin van de waarneming MJD 61166,21 = 6 mei 2026 UTC; geen ACS-gegevens binnen 0,25° van het stelsel. https://mast.stsci.edu/
  • WFC3 Instrument Handbook, spectrale elementen van UVIS — Pivotgolflengten F606W 588,9 nm (wide V) en F814W 803,9 nm (wide I). https://hst-docs.stsci.edu/wfc3ihb/chapter-6-uvis-imaging-with-wfc3/6-5-uvis-spectral-elements
  • HyperLEDA, NGC 1827 (PGC 16849) — Type Sc, met balk, inclinatie 84,7°, diameter log d25 = 1,51 (3,2 boogminuten), asverhouding log r25 = 0,69 (ongeveer 4,9), totale B-magnitude 13,24, afstandsmodulus 30,20 (ongeveer 36 miljoen lichtjaar), rotatie van het gas 76,9 km/s schijnbaar en 77,2 km/s gecorrigeerd voor inclinatie. http://atlas.obs-hp.fr/hyperleda/ledacat.cgi?o=NGC1827
  • HyperLEDA, aanduiding [BFK2006]GEMS-N1808-06 — NGC 1827 gecatalogiseerd als lid van de NGC 1808-groep (aanduiding uit de GEMS-groepsstudie). http://atlas.obs-hp.fr/hyperleda/ledacat.cgi?o=NGC1827
  • Dalcanton, Yoachim & Bernstein, The Astrophysical Journal 608 (2004), The Formation of Dust Lanes: Implications for Galaxy Evolution — Smalle stofbanden alleen in schijven die sneller roteren dan 120 km/s; dikkere, turbulentere laag van koud gas in langzamere stelsels. https://arxiv.org/abs/astro-ph/0402472
  • Yoachim & Dalcanton, The Astronomical Journal 131 (2006), Structural Parameters of Thin and Thick Disks in Edge-On Disk Galaxies — 34 sterrenstelsels van opzij, dunne plus dikke schijf, schaalhoogte van de dikke schijf ongeveer twee keer zo groot, dikke schijf bijna de helft van het licht onder 120 km/s. https://arxiv.org/abs/astro-ph/0508460

Bekijk het boven je eigen horizon

Ontdek het op Google PlayNog niet voor iOS

Meer nieuws

Witte dwergen van dichtbij: sommige zouden groen, roze of paars ogen

Witte dwergen zijn de uiterst dichte overblijfselen van sterren zoals de zon, en meestal zien we ze voor ons als wit of lichtblauw. Een studie onder leiding van Mark Hollands van de University of Warwick, op 15 oktober 2026 gepubliceerd in RAS Techniques and Instruments, berekent welke kleur je zou zien als je zo dichtbij was dat je de schijf van een witte dwerg kon onderscheiden. De meeste zijn inderdaad wit: van de 152 witte dwergen die het dichtst bij de zon staan, wijkt maar ongeveer één op de dertig duidelijk af van de kleur die bij een gloeiend lichaam hoort, en die paar zien er roze of geel uit. In aparte, bewust uitgekozen groepen zeldzamere sterren vond het team ook één witte dwerg die duidelijk groen zou ogen.

MACS J0454.1-0300: Webb fotografeert een gouden cluster van sterrenstelsels met lichtbogen

De Webb-foto van de maand voor september 2026 toont MACS J0454.1-0300, een cluster van sterrenstelsels in Orion. De zwaartekracht van de cluster buigt en versterkt het licht van veel verder weg gelegen sterrenstelsels erachter, en kleine heldere klonten daarin lijken soms meer dan 300 keer vergroot.

ALMA begint Cyclus 13 met recordaantal aanvragen en nieuwe Band 2-ontvangers

Het ALMA-observatorium in Chili is op 1 oktober 2026 aan zijn dertiende waarneemcyclus begonnen, en de vraag naar waarneemtijd was groter dan ooit: astronomen vroegen op de 12-meter-Array, het belangrijkste deel van ALMA, bijna negen keer zoveel tijd aan als er beschikbaar was. Bovendien is in deze cyclus voor het eerst een nieuwe set ontvangers, Band 2, beschikbaar in het reguliere waarneemprogramma.

SR-1 Freedom: NASA-ruimtevaartuig met kernreactor moet drie helikopters naar Mars brengen

NASA bouwt SR-1 Freedom, een ruimtevaartuig dat als eerste buiten de baan om de aarde een kernreactor in bedrijf moet nemen. De lancering staat gepland voor eind 2028, en aan boord gaat SkyFall mee: drie helikopters voor Mars die voortbouwen op Ingenuity.